post-autobiografisme
Mood:
a-ok
Topic: kletterende letteren!
Post-autobiografisme
Ik stak geen sigaret op. Ik had een afspraak met ene Anneke, van een uitgeverij die volgens eigen zeggen hart had voor literatuur. Ze waren, zoals zoveel van dat soort instituten, gevestigd op enkele etages van zo’n protserig grachtenpand. Zo een dat van binnen helemaal bekleed is met marmer en dat soort overdreven gedoe. Ik meldde me bij de receptie en kon meteen doorlopen, alsof ik een bijzondere patient in een privekliniek was.
‘Hai, welkom, daar ben je dan.’
Ik ging tegenover haar zitten. Achter haar stond een halflege boekenkast. Die was daar vast neergezet met het oog op een vruchtbare toekomst.
’zo...’, zei ze overdreven opgewekt terwijl ze mijn manuscript bij elkaar veegde. Met een rode pen had ze hier en daar wat dingen omcirkeld of voorzien van commentaar.
‚Nou, het is me nogal wat zo he…’
‘Wat precies?’
‘Je verhaal, daar wilde ik het even met je over hebben…’
‘Ach…’
‘Ja, het is duidelijk nogal…hoe zal ik het zeggen…persoonlijk he? Heel beeldend, bijna plastisch geschreven soms, ik zit er vast niet ver naast als het ook een autobiografische inslag heeft...’
Voor een redactrice hield ze er een redelijk beroerde woordkeus op na. Een atoombom veroorzaakt een inslag, maar een manuscript? Okee, misschien was ik een beetje een zeikerd, maar ik wist het tenminste van mezelf.
‚Autobiografisch? Hoe kom je daar precies bij?’
‚Is het niet autobiografisch dan? Jij bent toch ook geboren in 1971?’
‚Nee hoor. Ik ben van een veel later jaar.’
‚Ik bedoel, er zitten toch heus wel enkele persoonlijke dingen in, ik bedoel, het is zo levensecht op papier gezet allemaal, die moeder die op een gegeven ogenblik sterft aan...wat was het ook al weer, borstkanker?’
‚Osteoperose’
‚O ja, en dat de ik-figuur die dan op wordt opgevangen door die oudoom die in Buchenwald heeft gezeten, die duidelijk een trauma heeft overgehouden aan die verschrikkelijke tijd, die dan vervolgens z’n handen niet thuis kan houden en dat kind dan op zo’n vreselijke manier misbruikt...’
‚Die oudoom zat daar niet als gevangene, maar als vrijwillige electricien, een trauma heeft hij niet...’
Wat als ik mijn boek in de hij-vorm had geschreven, of beter nog, de jullie-vorm?
‚Nou ja, het blijft een vreselijke plek natuurlijk, zo’n concentratiekamp...’, ging ze verder.
‚Die oudoom heeft gewoon nogal een bizar gevoel voor humor, dus voor hem was Buchenwald juist een feest der herkenning...en verder is het gewoon een ordinaire pervert, van wie er zoveel rondlopen.’
Ik was van de generatie, die te vroeg begonnen was met luisteren naar The Cure en te laat was geweest met sex. Van de laatste generatie ook, bij wie thuis het woord ‚kut’ niet gebezigd werd. Hoewel nu ook mijn ouders hard op weg waren hun woordenschat uit te breiden.
Van de laatste generatie die nog op een fatsoenlijke manier onderwijs had genoten. Let’s face it: alles wat na mij op deze aardkloot was verschenen, bleek duidelijk van een laag allooi. Je zou al snel geneigd zijn dat te vergeten. Ik was van de laatste generatie die John Lennon nog in levende lijve had meegemaakt. Welgeteld 18 dagen, maar toch. Wat wil dat zeggen? Niet dat ik ook maar iets op had met John Lennon. Zelf was ik bijvoorbeeld een stuk gewelddadiger, al had ik daar nog nooit echt bij stil gestaan.
‘Een gezwollen en toch rauwe stijl, die duidelijk refereert aan het werk van Celine, Reve, Claus wellicht...’
’Is dat zo? Celine, is dat geen wijvennaam?’
ze lachte overdreven. Ik vroeg of ik mocht roken. Ze zei ‚eigenlijk niet’, maar er stond een asbak op zo’n hoge voet en die stond daar vast niet voor niks. Ik stak een filterloze camel in m’n smoel en begon te paffen.
‚Dus ik heb nog eens met Victor gesproken, die op dit moment in New York zit, waar wij ook een aantal fondsauteurs hebben lopen trouwens, en ik denk dat je vast wel benieuwd bent naar wat hij erover te zeggen had...’
‚Waarover? Over mijn boek? Heeft ie het ook gelezen dan?’
‚Dat weet ik eigenlijk niet, hij zal in ieder geval de synopsis hebben doorgenomen’
Ik vroeg me af, of ze het zelf eigenlijk wel gelezen had. Vast niet. Leer mij die uitgeversdoosjes kennen. Dat mens had sowieso de uitstraling van een analfabete bijstandsmoeder. Victor mocht ik dan weer wel. Daar betrapte ik me soms op. Kaal en onaatrekkelijk was ie en altijd zo zat als een maleier. Verhalen uit de oude doos opdissen, daar hield ie van, verhalen waarvan niemand ooit het waarheidsgehalte kon bepalen. Hoe ie ooit met Jan Cremer naar de hoeren was geweest, hoe ie ooit zat was geworden met Herman Brusselmans, voordat die zich liet omkopen door een andere uitgever met dollartekens in z’n kop. Dat soort verhalen.
‚In principe heeft Victor hier vetorecht, zo gaat dat nou eenmaal, maar als ik hem bijvoorbeeld een auteur sterk aanraad, kan je er bijna zeker van zijn dat er over een contract gepraat gaat worden.’
Ze keek er bijna glunderend bij. Dat was sowieso iets wat me opviel aan types in het uitgeverswereldje: ze liepen altijd met een big smile op hun bakkes rond. Om niks. Er viel hier verder geen zak te lachen. Zelfs niet vanwege het schamele bedragje dat mijn debuut hen zou opbrengen.
‚...En ik zit er sterk over te denken om hem jouw manuscript aan te bevelen. Met plezier.’
Nu glunderde ze echt. Ik lurkte wat aan mijn sigaret.
‚Dus... . Wat vind je daarvan?’
‚Leuk.’
‚Leuk? Spring je geen gat in de lucht dan? Je werk gaat zeer waarschijnlijk uitgegeven worden bij ons! En we hebben echt een leuk fonds, je zal je er zeker thuis voelen! We hebben nog meer auteurs rondlopen van jouw generatie: Frank Puttendrukker, Abdel El Haziz, Truitje van Loofhout...’
‚Dat zal wel. Ik zal er in ieder geval es over nadenken.’
Die Truitje van Loofhout kende ik trouwens wel. Die had al haar interesse in mijn persoon verloren toen ze erachter kwam dat ik tijdens mijn leven tot nu toe nog niets van belang gepresteerd had. Bij Victor was ze daarentegen geen moment weg te slaan. Iedereen wist dat ze met hem naar bed was geweest, maar niemand mocht het weten. Dat was haar manier van op safe spelen na het floppen van haar laatste rukroman.
Frank Puttendrukker was een depressieve klootzak zoals er twaalf van in een dozijn gaan en die gluiperige Abdel El Haziz zag het als z’n levenstaak om iedereen ervan te overtuigen dat hij geen potentieele zelfmoordterrorist was.
Hanneke trok ze een gezicht dat geamuseerde verbazing verried.
‚Erover nadenken? Heb je nog andere aanbiedingen lopen dan?’
‚Nee hoor.’
‚Okee, je moet namelijk wel weten, dat het bij ons niet echt gebruikelijk is om manuscripten in behandeling te nemen van auteurs die nog ergens anders hebben gesolliciteerd..’
‚Dat weet ik, dat heb je me de eerste keer ook al verteld.’
Wat moest ik verder? Ik was van de generatie die wel eens bij McDonalds had gegeten maar nog nooit naar de hoeren was geweest. De generatie die een hekel had aan honden maar katten daarentegen redelijk hoog had zitten. Ik was niet van de generatie nix. Dat was me trouwens al helemaal een stel losers bij mekaar. Al spreekt het van grote zelfkennis jezelf ’nix’ te noemen, dat moet gezegd.
Eigenlijk was ik een kind geweest, dat vroeger nooit bij de padvinders had gezeten. Wel had ik ooit postzegels verzameld. Zowel binnenlandse als buitenlandse.
Ik was van de generatie die nog nooit een belastingschuld had gehad, omdat ik daarvoor nooit genoeg verdiend had.
‚Bedankt voor de koffie maar weer. Ik ga er es vandoor.’
‚Nou, ja, okee dan, je weet de weg he? We houden contact.’
Ik knikte.
‚ Dag Hanneke.’ zei ik. Misschien was Hanneke wel van mijn generatie. Ze was beslist niet lelijk en ze verzorgde zich goed, zo leek het. Al had ze ook iets treurigs met haar opgeplakte glimlach.
Het was het tijdperk dat bestond uit wachten. Wachten op het nieuwe, op opvolging, op sturing. Het leek me duidelijk, dat dit soort zaken van mijn kant niet verwacht dienden te worden. Niemand had in de gaten wat er werkelijk aan de hand was: er zou geen opvolging komen en ook geen sturing. Ik was van de generatie die na alle andere was gekomen en voor eeuwig iedereen op het verkeerde been zou zetten. Geen moment had ik dit betwijfeld noch betreurd.
Posted by sandermeij
at 12:36 PM MEST